de boekhandelaars

Op deze pagina laten we u regelmatig kennis maken met de passie en de tips van enkele zeer gedreven boekhandelaars.

Inspirerende voorbeelden uit Frankrijk van hoe de overheid de onafhankelijke boekhandels kan ondersteunen (La Libération december 2013)
(Klik 2 maal op afbeelding om deze te vergroten)

boekhandels-frankrijkBoekhandels-Frankrijk2

Deze week aflevering 8
Theoria Kortrijk: de bankier die boekhandelaar versie 2.0 werd

Theoria3 Theoria2

‘Waar boeken de tijd krijgen’, is te lezen op het uithangbord boven de gevel van Theoria in het West-Vlaamse Kortrijk. Dat deze spreuk niet uit de lucht gegrepen is, blijkt al snel in de 450 m2 grote winkelruimte waar ik bots op het boeiende ‘Rebelse ritmes – over hoe jazz & literatuur elkaar vinden’, van Matthijs De Ridder. Een uitgave van Bezige Bij Antwerpen die ik in 2012 gemist heb en die bij Theoria nog is uitgestald.

Tegen de muren leunen vintage zitbanken. Aan de muur prijkt een lange rij foto’s van schrijvers die de aan poëzie en literatuur verslaafde ziel het goede voorbeeld geven door zich in een sofa te nestelen. Wie de papieren buit nader wil inspecteren bij een tas koffie of taart kan via een doorgang naar het aanpalende pand met het knusse dag-café ‘Komma in de Lucht’ en met stripwinkel.

De winkel en het dag-café stralen een tijdloosheid uit. Toch is de winkel het kindje van twee mensen die voor eind 2011 nooit hadden gedacht dat ze ooit een boekenwinkel zouden runnen. Meer nog: oprichter Pascal Vandenhende was twintig jaar lang ondernemingsbankier bij een internationaal bedrijf en enkele jaren financieel directeur van een industriële groep. Zijn vrouw/medeoprichtster Annemie Bernaerts werkte eveneens in een commerciële wereld. In de loop van de tijd kreeg Pascal echter steeds meer genoeg van de financiële wereld waar hij jaar na jaar de creativiteit zag verminderen en de arrogantie zag toenemen met de bankencrisis als apotheose.

‘De druppel die de emmer deed overlopen was toen een arrogante marketeer uit Brussel me kwam uitleggen hoe ik met klanten moest omgaan, terwijl die man nog nooit een klant van dichtbij had gezien’, vertelt Pascal aan een tafeltje naast de wijdopen deur van hun dag-café. ‘Ik ben weggegaan omdat ik niet meer in die wereld wilde meedraaien. Zonder plannen. Annemie en ik wilden alleen nog dingen doen die vanuit ons hart kwamen. Boeken zijn al heel ons leven een grote passie.’

Na het afscheid van de wereld van de banken had het echtpaar niet meteen een plan B. Toen kwam Theoria op hun weg. Na veertig jaar zocht de vorige eigenaar een overnemer maar vond niemand. Annemie en Pascal grepen hun kans. Anderhalve maand later was de overname rond. De ondernemingsbankier en financieel directeur die tijdens zijn carrière een dertigtal bedrijfsovernames in goede banen leidde, was plots boekhandelaar in een vrij bekende maar verouderde winkel.

In 2012-2013 werd de winkel vernieuwd. Ook de stock van zo’n 35.000 boeken is bijna volledig nieuw, met een aanbod Engelstalige, Italiaanse, Spaanse, Portugese en Franstalige literatuur. Naast de vele rustpunten vallen de rekken op wieltjes op. Die maken het mogelijk om de winkel in een mum van tijd om te toveren tot een ruimte waarin een groot publiek naar bekende auteurs zoals Tom Lanoye kan komen luisteren.

Ook werd het aanpalende pand gehuurd om er onder meer een stripwinkel bij de cafétoog uit te bouwen. Het meeste schilder- en schuurwerk deden ze zelf, samen met twee vaste medewerkers terwijl de boekenwinkel reeds open was. Het tweede pand is intussen een broeinest van initiatieven. Boven de stripwinkel/café huizen een platenwinkel (vinyl), een co-werkplek en een fietskoerier waarmee de winkel intensief samenwerkt voor de levering van boeken.

Aan een tafeltje van het dag-café tokkelt iemand op een laptop. Enkele oudere klanten tonen Pascal hun papieren aanwinsten en bespreken die daarna bij een kopje thee. Het brede aanbod, de aandacht en tijd voor de klanten en het oasegevoel in de winkel slaan aan. Op twee jaar tijd is de omzet van Theoria zowat verdubbeld. De reanimatie van Theoria door het echtpaar en de medewerkers is opmerkelijk. Opmerkelijker nog is de manier waarop ze ook buiten de winkel mensen willen bereiken.

‘Een gezellige winkel als belevingsplek is heel belangrijk’, legt Pascal uit. ‘Maar in deze digitale tijden is het gedaan met achter de kassa op klanten te wachten. Boekhandelaars moeten naar buiten komen.’

Theoria lanceert verschillende formules om boeken tot bij de mensen te brengen. Een project dat Pascal nauw aan het hart ligt is ‘Theoria at home’. Daarbij nodigen de deelnemers vrienden en kennissen uit in de huiskamer en komt er iemand van Theoria kwalitatieve boeken voorstellen. Dat kan onder meer gaan over kinderboeken. Tips over voorlezen voor kinderen worden uitgewisseld en lijstjes met de favoriete Theoria-boeken worden overlopen. De formule is losjes geïnspireerd door de Tupperware-avonden.

Theoria werkt ook samen met onder meer ziekenhuizen om er voor het verzorgend personeel literaire werken voor te stellen over thema’s waarmee ze in hun medische praktijk worden geconfronteerd. Zo kunnen boeken als ‘Big Brother’ van Lion Shriver medische professionals andere invalshoeken op verslaving geven.

Ook bij de keuze van de in te kopen boeken betrekt Theoria mensen van buitenaf. Pascal: ‘Klanten die veel lezen krijgen via ons proefexemplaren van uitgeverijen. Op basis van hun feedback beslissen we over de inkoop of maken we een leeslijst.’ Voor thema’s zoals poëzie en filosofie werken Annemie en Pascal eveneens met tips van externe specialisten en kennissen.

Door zijn slechte ervaringen met een bureaucratische top-down aanpak bij de grootbanken streeft Pascal naar een bottom-up benadering. Daarbij is de winkel een knooppunt in een netwerk van passie en kennis. Een plaats met een sociale functie in de stad (Theoria organiseert ook mee de ‘geefpleinen’ in Kortrijk). Tegelijk blijft Theoria voor Pascal een onderneming en moet er een gezond businessplan zijn. Een boekenwinkel als voorbeeld van sociaal-cultureel ondernemen. Toch weer een link met het vroegere leven als ondernemingsbankier. Heeft hij nog contact met zijn voormalige collega-bankiers ,vraag ik.

‘Zo goed als geen contact. Ze zitten in een schijnbaar veilige ivoren toren en hebben geen begrip voor mijn keuze.’ Even valt hij stil. ‘Maar Annemie en ik hebben ons deze keuze nog geen seconde beklaagd’, zegt hij dan. ‘Ik ga hier mee door tot ik door ouderdom niet meer kan.’

Deze week aflevering 7

Boekhandel De Reyghere : de vijfde generatie onafhankelijke boekhandelaars

Dereyghere1

Boekhandel De Reyghere ligt op de historische Markt van Brugge met zicht op het Belfort en eindeloze stromen toeristen vanuit de hele wereld. Gesticht in 1888, bevindt De Reyghere zich al bijna honderd jaar op die plek en is er nauw verweven met Vlaamse en Franstalige literatuurgeschiedenis. Niet toevallig hangt centraal in de winkel een portret Marguerite Yourcenar. Zij onderhield een lange band met deze elegante winkel.

Wanneer ik bij de kassa vraag naar boeken van de Litouws-Franse Romain Gary, zoekt de winkeldame spontaan ook bij diens tweede pseudoniem: Emile Ajar. Een aan poëzie en literatuur verslaafde ziel beseft meteen dat hij zich in een literaire boekenwinkel met internationale allure bevindt.
De Reyghere, die in 2000 werd uitgeroepen tot de meest literaire boekenwinkel van Vlaanderen, is niet alleen een rijk verleden waarover moeiteloos een boek kan worden gevuld. Het is ook toekomst. Een tweetal jaar geleden stapte de vijfde generatie die afstamt van de oorspronkelijke oprichters in de winkel: Thomas Barbier, net geen dertig en casual gekleed in een Batman T-shirt.

Aanvankelijk twijfelde Thomas nog of hij deel wilde uitmaken van de familietraditie. Hij studeerde weliswaar talen en management, deed zelfs stage in een Nederlandse boekenwinkel, maar werkte een tijdje in de sector van airconditioning. Toen zijn vrouw voor haar studies een financiële analyse van de winkel maakte, begon hij adviezen voor De Reyghere te formuleren. Door over de toekomst van de winkel na te denken en het feit dat zijn moeder aankondigde dat ze het rustiger aan wilde doen, besefte hij dat het nu of nooit was. Op een paar dagen tijd liet hij de airconditioning-business achter zich en stapte als mede-zaakvoerder in het familiebedrijf. Hij staat nu in voor het aanbod van de winkel, contact met klanten en het organiseren van activiteiten.

Wanneer Thomas over de winkel en de boeken vertelt, straalt hij: ‘Een boekenwinkel weerspiegelt de wereld waarin we leven. Niet alleen de vragen waarmee we worstelen, maar ook trends in het koken en nieuwe inzichten in filosofie en psychologie. Je staat middenin de samenleving. In mijn studententijd keek ik nog veel film. Nu merk ik dat men zich via boeken makkelijker en veel dieper in verschillende werelden kan verplaatsen dan via beelden. ’

Naast het rijke aanbod van de winkel zoekt Thomas naar formules om activiteiten te organiseren die verder gaan dan ‘schrijver praat over boek’. Onlangs organiseerde hij met succes een wandeling door Brugge die op zoek ging naar referenties naar Franstalige literatuur in de stad.

In de toekomst wil hij werken rond actuele thema’s . Zo broedt Thomas op een literatuurhapping ‘quarter life crisis’. Over die identiteitscrisis bij jonge volwassenen door het grote aanbod van keuzes en de hoge verwachtingen zou hij graag jonge auteurs en een jong publiek samenbrengen dat nog niet spontaan de weg naar een boekenwinkel vindt.
Het belangrijkste voor Thomas blijft echter het contact met klanten.

‘Als je hier komt of als je een boek leest, wordt dat een deel van je. Het is een ervaring. Soms worden je vooronderstellingen overhoop gegooid. Advies daarover geven aan mensen is het leukste aan deze job. Je kan praten over die passie. Inzichten uitwisselen. Dat is iets heel anders dan een boek kopen via Bol.com. Het treiterige algoritme dat daarachter zit, duwt de mensen in een bepaald hoekje op basis van wat je voordien hebt gelezen.’

Het motto van De Reyghere is: ‘Voor een leven met boeken.’ Heeft een jonge zaakvoerder met drie kinderen echter zelf nog tijd om te lezen?
‘Elke dag’, benadrukt hij. ‘De vloek en de zegen van de boekhandelaar is dat je altijd meer zin krijgt om te lezen. Je staat de hele dag tussen die boeken, je praat erover. Wanneer je ‘s avonds thuis komt, snak je ernaar om eindelijk een bladzijde open te slaan…’

Momenteel is Thomas gebeten door de poëzie van de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski. Nog voor die op latere leeftijd met romans doorbrak, schreef Bukowski na zijn werkuren als postsorteerder talloze gedichten, meestal in een kamertje in een achterbuurt van Los Angeles. Terwijl hippies vanuit de middenklasse ‘Love and Peace’ scandeerden, bracht Bukowski zijn vrije tijd door met het wedden op paarden.

‘Als je die poëzie leest, sta je weer met beide voeten op de grond’, vertelt hij. ‘Zijn gedichten stralen uit: wees wie je bent. Gedraag je zoals je bent. Keep it real. En dat apprecieer ik enorm.’

Na zijn uitweiding over Bukowski, wordt Thomas aangeklampt door een toerist die enkele postkaarten wil afrekenen. Glimlachend neemt hij plaats achter de kassa, centraal in de winkel onder het borstbeeld van dichter Guido Gezelle. De Brugse bard moet de winkel De Reyghere nog hebben gekend op het einde van zijn leven, zo’n 115 jaar geleden. Misschien zal de eenzame Gezelle bovenop het boekenrek tijdens deze generatie of een van de volgende generaties boekhandelaars in De Reyghere nog het gezelschap krijgen van Bukowski.

Deze week aflevering 6

De Boekuil Mortsel-Antwerpen: een derde generatie onafhankelijke boekhandelaars?

DeboekuilMortsel

De Boekuil in Mortsel is een monument in de Antwerpse rand. Het is een winkel met een rijk aanbod van vooral Nederlandstalige fictie, heel wat reisboeken en actuele non-fictie. Toch straalt de winkel een huiskamergevoel uit. Een gevoel dat wordt versterkt door drie minzame mensen die samen De Boekuil zijn: tweelingbroers Dirk en Marc Zwijsen en Manuella De Troy. De combinatie van aanbod en sfeer slaat aan in de welvarende voorstad van Antwerpen. Een bezoeker van de Boekuil is zelden alleen.

Dirk en Marc hebben nooit een romantisch beeld van boekenwinkels gekoesterd. Ze groeiden als kind op tussen de boeken omdat vader Zwijsen in Borgerhout vanaf 1958 de oer-Boekuil openhield. Bijna dertig jaar geleden, toen de winkel in Mortsel werd geopend, rolden ze in die boekenzaak. De winkel is er nog steeds, maar de boekenwereld is onherkenbaar veranderd.

‘Een groot verschil met vroeger is dat de winkels in Antwerpen een meer solide basis hadden’, legt Dirk uit. ‘Dat kwam omdat de stedelijke bibliotheken hun aankoopbudget over heel wat winkels verdeelden en ze slechts beperkte kortingen afdwongen. Vandaag gebeurt alles via openbare aanbestedingen waarbij alleen de prijs en de grootste kortingen spelen. Dat was een harde klap voor de onafhankelijke Antwerpse boekhandels. Sommige zijn toen effectief over kop gegaan.’

De broers hebben niet alleen moeten toezien hoe soms de overheden en bibliotheken zelf de onafhankelijke boekenwinkels het mes op de keel zetten. Ze zagen ook ooit gezonde winkelstraten waar ze een filiaal hadden, zoals de Abdijstraat bij het Kiel, verloederen. De voedingsbodem voor boekenwinkels droogde er op zoals in sommige andere delen van de stad. Wanneer wijken socio-economisch achteruit gaan, blijken het vaak de boekhandelaars die de eerste klappen krijgen.

Dirk was net voor ons gesprek bezig met het opruimen van de intussen gesloten Boekuil in Borgerhout. Daar vond hij een stapel literaire cd-roms.
‘Ik heb die moeten weggooien omdat ze niet meer compatibel zijn met huidige computers. Dat bezorgt me hartzeer. Tegelijk viel het me ook op dat de meeste uitgevers van die cd-roms intussen failliet zijn. Toen besefte ik dat we alle trends met onze papieren boeken behoorlijk goed overleefd hebben. Het wonder van het papieren boek blijft dat je het over honderd jaar op een rommelmarkt kan kopen en dat het nog altijd ‘werkt’…’

Ondanks de onzekerheid, denken de broers niet aan stoppen. De winkel in Mortsel draait en de liefde voor het boek blijft na al die jaren groot: ‘Ik kijk na al die jaren nog steeds uit naar dat moment waarop ik in een boek verdwijn’, zegt Marc. ‘Het blijft een wonder. Je slaat een goed boek open en je komt in een andere wereld terecht.’

‘Het enige wat je nodig hebt, is een beetje licht’, vult Dirk aan. ‘Dat is het magische. Je kan reizen in de tijd wanneer je dat wilt. En in de boekenwinkel hebben we fijne contacten met mensen die bezield zijn door literatuur. Sommigen komen al bijna dertig jaar. Dat schept een band. Boeken brengen mensen samen.’

Als een perfect op elkaar ingespeeld kamermuziekduo leggen de broers uit dat ze van de winkel nog sterker een ontmoetingsplek willen maken door meer lezingen te organiseren. En die misschien af en toe zelf in te leiden door poppenkastspel met de stangpoppen die in de winkel hangen.

‘Een bezoek aan een boekenwinkel moet verrassingen bieden’, betoogt Marc. Dit is ook dat wat hij in literatuur zoekt: ‘Ik grijp vaak terug naar het werk van mensen zoals W.F. Hermans. Schrijvers wiens boeken je op een willekeurige pagina kan openslaan en altijd word je meteen in hun wereld gezogen. Alleen is het jammer dat de economische levenscyclus van het boek zo kort is geworden. Gaan schrijvers in ons taalgebied nog vele jaren aan een meesterwerk schrijven als dat na anderhalf jaar in de ramsj ligt…?’

Dirk is lezer met een eclectische smaak. Zoals zijn broer heeft hij een zwak voor boeken die de lezer andere, misschien verdwenen, werelden binnenleiden. Een boek dat hem momenteel erg aanspreekt is ‘De zeven reizen van de Jonge Lieve’, uitgegeven bij Uitgeverij Boom in 2000. In dat boek wordt de geschiedenis van een schip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie verhaald dat zevenmaal tussen 1760 en 1781 naar China en Oost-Indië voer en waarop driehonderd mensen telkens 21 maanden lang op elkaar geperst leefden. Het is de biografie van een schip en tegelijkertijd de geschiedenis van één van de eerste grote multinationals.

Dirk en Marc zijn van plan om tot hun pensioen met De Boekuil door te gaan. Maar wat nadien? Beiden hebben ze twee kinderen. Staat er een derde generatie klaar om het roer van hun boekenschip over te nemen?

‘Ik zou het hen niet meteen aanraden’, begint Marc bedachtzaam. ‘Maar als ze verder doen met de winkel zou ik wel blij zijn…’ En dan: ‘Vader heeft ons ook nooit onder druk gezet om in de zaak te stappen. Dus zien we wel wat er komt. Het zou wel fijn zijn, moest er na onze generatie een vervolg komen op de geschiedenis van de Boekuil.’

Deze week aflevering 5

Boekenwinkel Boekarest – Hoofdstad der Letteren : waar Russen en Amerikanen elkaar ontmoeten.
boekarest1

Op het Leuvense Ladeuzeplein waait een Slavische wind die de aan proza en poëzie verslaafde ziel naar Boekarest blaast. Niet naar het driehonderdvijftigduizend vierkante meter grote ‘Paleis van het Volk’ van Ceausescu maar naar de boekenwinkel in een klassiek burgerhuis.

Boekarest, Hoofdstad der Letteren, zat tot januari van dit jaar verborgen in het Paard van Troje. Dezelfde boekenwinkel, maar nu dus een ander naam. En in een strak ingerichte ruimte met hoge plafonds en met vlak naast de inkomdeur de Russen uit Van Oorschots Russische Bibliotheek.

Het dagelijks beheer van de winkel is in handen van Maartje Swillen en Christine Boving. Maartje is 27, studeerde slavistiek en moet één van de jongste medebeheerders zijn van een Vlaamse onafhankelijke boekenwinkel.

‘Ik wist niet zeker waarom ik hier wilde werken’, vertelt ze. ‘Ik wist alleen dat ik het wou. Het ging me toen om de boeken. Ik had gelijk besef ik nu. Niet dat we hier boeken zitten te lezen. Daarvoor is er geen tijd. Je kan echter mensen helpen in hun zoektocht naar boeken die bij hen passen.’

Zo organiseert Boekarest een leesclub Russische literatuur waarop telkens zo’n 25 mensen afkomen en die wordt begeleid door professor Manu Waegemans en de bevlogen vertaler Pieter Boulogne. Op hun menu staan werken zoals Meester en Margarita van Boelgakov.

‘We zijn winkel en ook een ontmoetingsplek ’, benadrukt Maartje. Zo verwacht ze nog die avond dertig tot veertig gasten voor een uitwisseling met de Russische Dichter Kirill Medvedev die in mei bij uitgeverij Leesmagazijn de bundel ‘Alles is Slecht’, publiceerde. Een bundel die ook een maatschappelijk statement is.

‘Het esthetische klimaat in ons land is afschuwelijk geworden’, raast Medvedev in ‘Alles is Slecht’. ‘Het Nationale cultuurbewustzijn is een stinkend moeras, half sovjet en half bourgeois, waarin de lijken van Poesjkin, Dostojevski, Josef Stalin, Alla Poegatsjova en Jesus Christus liggen te ontbinden.’

In Boekarest valt het intussen best mee wat het Russische cultuurbewustzijn betreft. Maartje: ‘Er zijn mensen die nooit verder in de winkel komen dan de rek met de Russen bij de ingang. Ze komen voor die klassiekers.’

Wanneer ik Maartje naar haar favoriete boek van het moment vraag, komt er ietwat tot mijn verbazing geen Rus uit de kast. Ze kiest voor de Angelsaksische Colum Mccan en diens ‘Laat de Aarde Draaien’ (Let the Great World Spin) uit 2009, een boek dat in de Verenigde Staten de National Book Award won. ‘Dat boek heeft met helemaal onderuit gehaald’, Legt Maartje uit. ‘Elk woord dat er in staat is waar…’

‘Laat de Aarde Draaien’ is een tijdsbeeld van het New York anno 1974 doorheen elf parallelle stemmen die samenkomen wanneer de koorddanser Philippe Petit in augustus 1974 honderd verdiepingen hoog tussen de twee World Trade Towers danst. Zoals tijdens de aanslagen van 11 september 2001 keek iedereen toen naar boven. Een ogenblik dat voor elk van de elf personages een scharnierpunt in een mensenleven wordt. De huidige kennis over de aanslagen op de twin towers geeft het boek een extra tragische dimensie. Maar ook zonder deze context zou het boek dankzij de doorleefde karakters en de vele verrassende metaforen een delicatesse zijn.

‘Het mooie aan ons beroep is dat we pareltjes als ‘Laat de Aarde Draaien’ onder de mensen kunnen brengen. En daarmee bedoel ik niet alleen professoren en studenten maar ook huisvrouwen of bejaarden. Hier komt zowat iedereen. Vijftig procent van die bezoekers zijn vaste klanten. Die zijn ons heel trouw en wij hen. Ze komen voor de selectie boeken, de koffie, de sfeer en de babbels. Daardoor doet de winkel het goed, in weerwil van de negatieve berichtgeving over de toestand van boekenwinkels. ‘

Een relatief nadeel van het boekhandelaar zijn in een goed draaiende winkel is dat het zo druk is dat er weinig tijd overblijft om lang te snuisteren in de prachtige boeken waarmee men zich heeft omringd.

‘Ach’, bekent Maartje, ‘heel af en toe wanneer het eens rustig in de winkel is, herlees ik het verhaal ‘Koude herfst’ van Boenin. Het is slechts twee pagina’s lang. Maar voor mij blijft dit het mooiste korte verhaal dat ooit is geschreven.’

Zo krijgen de Russen toch nog het laatste woord in Boekarest, Hoofdstad der Letteren.
http://boekarestleuven.be/

Deze week aflevering 4

Boekhandel Athena: ambassade van vergeten parels

Athena1
Ik geef toe dat ik boekhandel Athena gelegen in een voormalig hondenkapsalon in het slaperige provinciestadje Kontich bij Antwerpen niet kende. Een blinde vlek in mijn leestraject. Mijn enige alibi is dat ik jarenlang in Brussel heb gewoond en nog niet zo lang in de zuidelijke uitlopers van Antwerpen-Stad vertoef.

Dat het niet zomaar een boekenwinkel is die zich achter de gevel in regionale busstationstijl verschuilt, blijkt al uit de etalage. Foto’s met de gezichten van Nabokov, Stefan Zweig en Anthony Burgess kijken de aan proza en poëzie verslaafde ziel aan. Aan het raam hangt een briefje van een klant: ‘Een bezoek aan Athena… het is zoveel meer dan een boek kopen. Het is bijna een meditatie.’

Binnen ruist een pianoconcerto van Mozart achter de bladeren van een gigantische olifantenorenplant. Langs de wapperende olifantenoren belandt men in twee smalle ruimtes vol boeken en een koffietafel. Achter de plank voor haar lievelingsboeken, pakt de innemende eigenares en enige werkneemster Eliane Goldwasser dozen met nieuwe rekruten uit. ‘Kijk maar even rond’, zegt ze. ‘Ik ben bijna klaar.’

Mijn oog valt onmiddellijk op een ouder en intussen vrij zeldzaam boekje van de Nederlandse grootmeester Jan Brokken ‘Voel Maar’. Ook de in Vlaanderen weinig bekende Hollandse topauteur Gerbrand Bakker is present. Niet zijn onlangs verfilmde doorbraakboek ‘Boven is het stil’. Wel ‘Perenbomen bloeien wit’.

Wanneer ik Eliane aangeef dat de verhalenbundel van Stefan Zweig uit de etalage me interesseert, waarschuwt ze kordaat: ‘Die bundel is lang niet zo goed als diens novelle ‘Reis naar het Verleden’. De Nederlandstalige editie daarvan is hier helaas uitverkocht. ‘ Ergens van achter de kassa plukt ze de Frans-Duitse editie.
Nog meer verwonderd ben ik wanneer ze vertelt ze dat ze van haar favoriete werk van Jan Brokken, ‘Jungle Rudy’, vele tientallen exemplaren wist te verkopen. Ze contacteerde zelfs de uitgever met de vraag of die er voor haar geen driehonderd kon bijdrukken. Al die verkochte Brokkens… hoe speelt ze zoiets klaar in Kontich – toch niet bepaald het culturele mekka van Vlaanderen?

‘Ik lees, lees en lees om het verschil te kunnen maken’, zegt ze resoluut . ‘Ik heb geen kinderen, zelfs geen hond. Ik houd me niet bezig met koken of strijken. Ik wil dingen ontdekken die uitzonderlijk goed zijn. Alleen het allerbeste raad ik aan.’

Haar passie en bevlogenheid raken een gevoelige snaar. Tijdens ons gesprek druppelt de ene na de andere vaste klant binnen. Vaak vrouwen van rond de veertig of ouder. Er volgen knuffels en updates van hun amoureuze en/of medische situatie.

Een jonge vrouw stuift de winkel binnen. ‘Ik ben er dan toch geraakt’, hijgt ze. ‘Mijn zaak is nu even dicht. Maar over twintig minuten moet ik de kinderen een paar kilometer verderop van school halen. Heb je geen praktisch boek over stressbeheersing? En een kinderboek waaruit ik de kinderen straks kan voorlezen. Iets met konijntjes of zo…’ Ze blikt verkrampt naar de klok op de gsm. ‘De theorie van de stressbeheersing ken ik al’, grimlacht ze. Een kwartier later zit ze nog steeds tussen de kinderboeken te snuisteren. Eliane zoekt voor de vrouw een niet meer te verkrijgen kinderboek. ‘Dank je wel Eliane’, zegt ze. ‘Vanavond moeten we ontspannen.’ Dan barst ze in lachen uit wanneer absurditeit van haar opmerking doordringt. ‘Tot binnenkort, schattie’, roept Eliane haar na wanneer de vrouw zich naar buiten rept,net ietsje meer dartel dan toen ze binnenstormde.

Ondanks al die vaste klanten die er zichtbaar van genieten om het leven daarbuiten even achter de olifantenoren plant te laten sudderen, heeft de winkel het niet makkelijk: ‘Tijdens de zestien jaar dat ik hier bezig ben, zijn segmenten zoals tuinboeken en gezondheidsboeken achteruitgegaan onder druk van de informatie op het internet. De toekomst van de boekenwinkel ligt in romans en in misschien een beetje in kinderboeken. In al de rest heb ik geen goed oog. En dan is er nog bol.com waarvoor jongeren heel gevoelig zijn…’

Een ander leven dan het bestaan tussen de boeken kan ze zich echter niet voorstellen. Wanneer ik vraag of ze ooit vakantie neemt, grinnikt ze. ‘Hoezo vakantie? Ik kan thuis toch ook lezen…’ Vanwaar die passie voor het woord, wil ik weten. Zonder aarzelen verwijst ze naar haar familie. Naar haar Joodse vader. Een gedreven intellectueel en door alles geboeid.

‘Vanaf mijn twaalfde was het gedaan met kinderboeken. Toen duwde hij me Tolstoj en Dostojevski in handen. Wanneer we op reis gingen, nam ik een koffer vol boeken mee en kwam bij wijze van spreken mijn hotelkamer niet uit. Ik had bovendien een bloedmooie zuster. Zo mooi, dat alle blikken altijd op haar waren gericht. Dat zal ook wel meegespeeld hebben.’

Wanneer ik naar haar favoriete boek vraag, aarzelt ze geen moment en diept ze ‘De Mansarde’ van de Oostenrijkse auteur Marlen Haushofer uit 1969 op. Een indringende roman over een geïsoleerde vrouw die zich terugtrekt op een mansardekamer om er te tekenen of die als bezeten elk boek in haar boekenkast afstoft. Intussen wordt ze achtervolgd door herinneringen aan een pijnlijk familieverleden.

‘Dit is één van de best geschreven boeken ooit’, betoogt ze. ‘Vanaf de eerste zinnen word je betoverd door haar taal en haar puurheid. De vijf klanten die het intussen hebben gelezen, vragen me “geef me nog zo’n boek”. Maar er is niet nog zo’n boek, want dit is uniek. Dit is het boek dat ze moest schrijven. Zo’n boeken zoek ik. Boeken waarin alles klopt en waarin geen zin teveel staat. Maar voor elk pareltje dat ik ontdek, heb ik vijftig andere boeken gelezen…’

Aangestoken door Elianes enthousiasme, vul ik mijn tas met werk van Jan Brokken, Stefan Zweig en Marlen Haushofer. Genietend van de boekenbuit en het voorschot op een toekomstig leesplezier fiets ik de kilometers tussen Athena en Antwerpen. De stem Wannes Van de Velde gonst door mijn hoofd: ‘Ik eb de wêreld late staan en ‘k woên wa’ dichter ba de maan oep mijn mansarde…’

Het meest van al geniet ik echter van de wetenschap dat er een paar kilometer achter me een boekenambassade ligt waar honderden exemplaren van Haushofers ‘Mansarde’ asiel gekregen hebben en wellicht tijdens de volgende jaren ook hun leespubliek.

Deze week aflevering 3:

Zes jaar de Zondvloed te Mechelen:
een overvloed, meanderend tussen heden en verleden.

Dezondvloed3

De Zondvloed in Mechelen bestaat dit weekend precies zes jaar. Voor een boekenliefhebber blijft het een ervaring om deze bijna vierhonderd vierkante meter grote ruimte vol literatuur te betreden. Wat Vlaamse literatuur betreft, moet in De Zondvloed zowat de grootste collectie van het land te vinden zijn. Waar bots je nog op romans van de bijna vergeten Paul de Vree – de invloedrijke oom van Freddy de Vree – of minder bekende boeken van Jeroen Brouwers, de man naar wiens magnus opus de winkel werd vernoemd? Zelfs grote bibliotheken zoals Muntpunt in Brussel laten hun patrimonium steeds meer in de steek om zich vervolgens fier ‘belevingscentrum’ (!) te noemen.

Niet De Zondvloed, opgericht door Johan Vandenbroucke en zijn vrouw, de auteur Ann Meskens. Bij hen draait alles nog om boeken, auteurs en hun lezers. Toen Johan in 2008 met de winkel startte, deed dit nochtans wenkbrauwen fronsen. Johan was bekend als literair Journalist (eerst Knack, daarna voornamelijk de Morgen), publicist, schrijver van diverse boeken waaronder een mooi boek over Jeroen Brouwers. Het verbaasde nogal wat mensen dat hij die succesvolle carrière in de diepvriezer schoof, om een meubelwinkel tot een overvloedige boekenwinkel om te bouwen en dat bij het begin van de digitale tijden.

‘Ik bekijk die stap nog altijd op dezelfde manier als zes jaar geleden’, zegt Johan gezeten aan een tafeltje in het café van de winkel en ietwat vermoeid na een lang gesprek met een vertegenwoordiger. ‘Ik moest een andere bedding vinden voor mijn liefde voor het boek. Ik was na meer dan vijftien jaar wat uitgekeken op de journalistiek. Tegelijk stelde ik vast dat het met boeken bezig zijn mijn leven was.’

Het mocht niet zomaar een boekenwinkel worden. Zijn zaak is naast de thuisbasis voor zijn boekenliefde ook een statement tegen de manier waarop het boek in Vlaanderen vaak wordt behandeld : ‘Ik wilde een plek waar de boeken kunnen blijven leven, al zijn ze meer dan een paar maanden oud. Ik was ontevreden over het boekenaanbod. Zelfs van een schrijver als Jeroen Brouwers hebben de meeste winkels door het huidige economische beleid in de sector alleen maar de meest recente boeken en dan nog maar een paar. Als boekenliefhebber word je echter gebeten door een auteur en wil je van die man of vrouw alles lezen…’

De Zondvloed had en heeft nog steeds een zeker Don Quichot-gehalte. De winkel in Mechelen en het filiaal in Roeselare zijn intussen boekenambassades geworden. Zes jaar na de sprong doet het Johan plezier dat De Zondvloed aantoont dat het anders kan en dat zo’n rijke winkel met de combinatie van vele nieuwe boeken en tweedehands het op economisch vlak niet slecht doet.
‘Wanneer er een schrijver op bezoek komt en deze blij is omdat zijn oudere boeken hier nog te vinden zijn… dat zijn mooie momenten. Of wanneer een lezer allang zocht naar een bundel en je ziet hoe gelukkig hij of zij is wanneer hij die in handen krijgt. Onlangs kregen we zelfs een fles champagne van iemand die lange tjid naar een dichtbundel van Yannis Ritsos zocht en die hier vond.’

Het succes van De Zondvloed en het vijftal mensen die er werken, de vele literaire avonden, maken dat Johan vooral organisator is. Ondanks zijn trots op De Zondvloed die hij meteen relativeert ‘(Ach, er zijn altijd kleine dingen die beter kunnen’) , droomt hij wel eens van een klein boekenwinkeltje, een huiskamer groot, waar hij zich kan omringen met zijn favoriete boeken en trouwe klanten zonder veel zakelijke beslommeringen. De literaire overvloed die hij en zijn kompanen creëerden, heeft een prijs. Vindt hij nog tijd om te lezen, vraag ik voorzichtig.

‘Natuurlijk’, antwoordt hij resoluut. ’s Avonds, ’s nachts of tussendoor. Het liefst lees ik boeken over literatuur. Zo is Hoogtij langs de Seine van Diederik Stevens over de Nederlandse kunstenaars en schrijvers in het Parijs van de jaren vijftig een ideaal boek voor mij. Enfin, voor mijzelf als lezer dan. Als boekhandelaar ligt dat soort boeken wat moeilijker. Wat niet wil zeggen dat ik ze niet inkoop.’

Naast boeken over literatuur koestert Johan ook een grote liefde voor reisverhalen. Landen zoals Cambodja fascineren hem. Ook auteurs zoals de Nederlandse grootmeester Jan Brokken die onvergetelijke reisportretten als Baltische Zielen schreef, liggen hem nauw aan het hart. Schrijvers zoals Brokken of Brouwers kent hij bovendien nog vanuit zijn journalistentijd, wat de band met hun oeuvre dieper maakt. Dat maakt het voor hem ook makkelijker om zijn passie voor die schrijvers te delen met degenen die in De Zondvloed belanden.
Wanneer ik Johan vraag of hij bundels in huis heeft van de wonderbaarlijke maar ietwat verwaarloosde dichter Adriaan de Roover, duikt hij een prachtige bundel op: Enkelvoudig Blauw, in 2011 uitgegeven op vierhonderd exemplaren door Demian Antwerpen. Glunderend drukt hij mij het kleinood in de hand.

Dergelijke vondsten zijn het kloppende hart van De Zondvloed, genaamd naar dat kolossale en naar alle kanten vloeiende boek van Brouwers, meanderend tussen heden en verleden. Niet altijd makkelijk behapbaar, maar steeds interessant. In het geval van deze boekenwinkel hadden de Romeinen nog maar eens gelijk: ‘Nomen est omen’.

http://www.dezondvloed.be/

Het Voorwoord: van het negentiende-eeuwse Rusland tot Las Vegas (via Heist-op -den-Berg)

voorwoord

Om het Voorwoord te vinden moet een avontuurlijke lezer het Cultuurplein van Heist-op-den-Berg achter zich laten en enkele onpersoonlijke straten kruisen. Eens de Noordstraat bereikt, springt de winkel met zijn purperroze gevel in het oog. Een gevel die de boekenwinkel deelt met Staminee de Living. Het doodlopende straatje en de kleurrijke gevel leiden de aan proza of poëzie verslaafde ziel naar een speels ratjetoe van industriële buizen aan de plafonds, een sterrenhemel van kleine designlampen en daaronder warme boekenrekken tegen groenwit behangpapier. In het midden van die schatkamer troont Gert De Bie, een dertiger met een brede glimlach en een woelige krullenbol, naast een espressoapparaat, koelkast en…nog meer boeken.

De boeken om ons heen zijn de neerslag van het parcours dat Gert als bezeten lezer heeft afgelegd. Er is een eclectische wand met wereldliteratuur. Veel Russen, maar ook een mooie delegatie Amerikaanse en Franse auteurs. Opvallend veel filosofie met de zestiende-eeuwse sceptische humanist Michel de Montaigne als uithangbord. En bij de koffietafel een hoekje tweedehandsboeken met heel wat Vlaamse klassiekers. In 2013 werd Gerts winkel bekroond tot ‘meest auteursvriendelijke zaak van Vlaanderen’.
Hoe kwam een jonge kerel met diploma’s en intussen drie kinderlijfjes te voeden in 2009 op het plan om in een verloren straatje van Heist-op-den-Berg zijn energie en geld in zo’n eigenzinnige plek te investeren?

‘Eigenlijk draait het allemaal om de romantiek van de letteren’, betoogt hij. ‘Als je ziet hoeveel werelden er in deze winkel staan en die de mensen kunnen leren kennen. Fantastisch toch…?’
Gert geraakte als student al gebeten door boeken. Een van de absolute revelaties was Michel de Montaigne. Een eerste kennismaking van de auteur via een goedkoop boekje bij de Slegte beviel hem niet zo. Maar iets bleef zinderen. Na lang beraad sprak hij zijn schamel studentenbudget aan en kocht voor veertig euro in een degelijke boekhandel het lijvig werk met al Montaignes essays. De vonk sprong pas echt over toen hij tijdens een reis voor het huwelijksjubileum van zijn ouders het familiekasteel van de Montaignes kon bezoeken. De invloed van het boek was zo groot dat hij zich na een rondleiding in het kasteel zich even alleen terugtrok in de toren waar Montaignes werkkamer zich nog steeds bevindt en waar de spreuken van Lucillius en Seneca die hij op de dakbalken liet schilderen nog zichtbaar zijn. De plek, de teksten, ze maakten een diepe indruk.

Na omzwervingen in de journalistiek en de horeca droomde hij van een eigen boekenwinkel. ‘Ik moet mijn ziel kunnen steken in wat ik doe…’, zegt hij. De eerste jaren bleken een rollercoaster voor de jonge boekhandelaar. Om het geheel economisch leefbaar te houden, startte hij tegelijk de staminee en de boekenzaak en werkte bovendien voltijds in beide. Dat betekende avonden in het café werken en dagen in de winkel. Intussen werd zijn tweede kindje geboren. ‘In die periode ging alles te snel. Veel momenten van de komst van mijn tweede kindje zijn daardoor nooit helemaal kunnen doordringen.’
Maar Gert zette door. Nu kan hij zich steeds meer op zijn winkel concentreren en werkt hij nog maar twee avonden per week in zijn staminee aan de andere zijde van de muur. Aan die kant wordt de boekendokter weer barman. Misschien is een moderne boekhandelaar altijd een beetje barman en een goede barman altijd een beetje filosoof van het praktische type à la Montaigne.

De vraag of het allemaal de moeite waard was, beantwoordt zichzelf wanneer je om je heen kijkt of Gert enthousiast hoort vertellen over de veertien verzamelde werken van Michel de Montaigne die hij intussen al wist te verkopen. Veertien andere exemplaren wachten nog op kopers die daarbij een speciaal Michel de Montaigne-draagtasje, made by Het Voorwoord ontvangen.
‘Elke keer als ik een Montaigne verkoop, maak ik een dansje achter mijn toog’, grinnikt Gert. ‘Het is fantastisch om zo’n dingen met mensen te kunnen delen. Voor mij moest deze boekenwinkel niet alleen een winkel zijn, maar ook een plek waar het aangenaam is om te vertoeven en om dingen te ontdekken. Sommige klanten komen hier elke week een koffie drinken en een babbeltje slaan. Soms kopen ze een boek, soms ook niet. Dat is prima. Ook daar leent de winkel zich graag toe.
Alleen moeten de rekeningen op het einde van de maand wel kloppen en momenteel is het voor de winkel niet altijd evident om los van het café op eigen benen te staan.’

Gert organiseert met de hulp van bevriende medewerkers heel wat activiteiten die de winkel tot een draaischijf van het literaire leven in de Kempen maken. Er is de Nacht van het Cultboek. Er zijn meer kleinschalige boekvoorstellingen, boekenmarkten in het doodlopende straat voor de deur, lezingen over de kracht van literatuur in plaatselijke scholen… Maar de basis van dat alles blijft toch de passie voor het geschreven woord.

Gert:’ Wat ik fascinerend vind, is dat sommige gedachten lange tijd door je hoofd kunnen spoken. Niet altijd goed te vatten. En dan zie je dat gedrukt in iemands boek. Dat schept een enorme band. Soms in de vorm van één enkele zin die je absoluut wil onthouden.’
Bij een rusteloze zoeker als Montaigne die over alle dingen des levens schreef, zonder grote waarheden en altijd zoekend, komt Gert nog vele jaren aan zijn trekken. Mensen die veel tijd hebben en zin om zich in een universum onder te dompelen, raadt hij ook met plezier de grote Russen aan.
‘De Stille Don van Sjolochov is zo’n onvergetelijk boek’, zegt hij al glunderend. ‘Het is vele honderden bladzijden dik. Het begint met het verhaal van de overgrootvader van het hoofdpersonage dat pas na honderd bladzijden wordt voorgesteld. Wanneer je dat boek leest, krijg je de hele sfeer en de geschiedenis van dat waanzinnige land mee. Het is een totaaluniversum. Ik lees echter met even veel plezier Fear an Loathing in Las Vegas van Hunter S. Thompson. Dag en nacht verschil met de wereld van Sjolochov. Maar dat is het geweldige aan literatuur. Al die werelden, van Las Vegas tot het Rusland van de negentiende eeuw, liggen hier naast elkaar.’

Enkele klanten in de winkel vragen Gerts aandacht. Ik dwaal tussen de rekken. Al gauw heb ik geen idee of ik vijf minuten of een kwartier lang snuister tussen de stapel Montaignes, de mooie uitgave van Death and The Penguin van Andrev Kurkov -een van mijn recente favorieten-, en een rek met boeken over muziek.
Op de stoep voor de winkel en de aanpalende staminee staan tafeltjes. Enkele mensen drinken een glas en keuvelen. Er is geen verkeer te horen. Geen zoemende gsm’s . Alleen de stemmen van de mensen en de stemmen tussen de kaften in de winkel. Plots weet ik heel zeker dat Michel de Montaigne, die toch het liefst van al in zijn boekentoren zat, zich ook hier thuis zou hebben gevoeld.

http://www.hetvoorwoord.be/

Passa Porta boekhandel in Brussel of de vraag: kan een paard rekenen?

passaporta

‘Het gaat over de vraag of het paard echt kan rekenen’, zegt Ludovic Bekaert, de eigenaar van de boekenwinkel Passa Porta in het hart van de Brusselse Dansaertwijk. Hij vertelt over het boek ‘Duel met paard’ van Pauline Geene dat hij onlangs met veel genoegen heeft gelezen. ‘Ik lees nog steeds voor het plezier. Ik zal me niet door een boek worstelen omdat het moet.’

Ludovic heeft daarbij vele duizenden titels binnen handbereik. Passa Porta is een Europese boekenwinkel met een rijke literaire basiscollectie in het Nederlands maar ook in het Engels en het Frans. Het is een van de weinige winkels waar er heel wat delen van Privé-domein (Arbeiderspers) te vinden zijn. Ook de Russische Bibliotheek van Van Oorschot is goed vertegenwoordigd. Ondanks de klaagzang op onder meer de Nederlandse boekenwinkels doet Passa Porta het de laatste jaren zeer goed.

Nu hij werkgever is van vijf personen in de winkel slorpt de zakelijke kant van het boekbedrijf Ludovic soms op. Toch is de gretigheid gebleven.                          ‘De drang om nieuwe boeken te lezen en klassieken te herlezen of door anderen te laten ontdekken wordt steeds groter’, legt hij uit. ‘Zo las ik vannacht nog een paar bladzijden in de nieuwe vertaling van “Wilhelm Meisters Leerjaren” van Goethe, uitgegeven bij Athenaeum-Polak. Telkens de aanbiedingsfolders van de uitgeverijen binnenkomen, is dit het mooiste beroep ter wereld. Een keuze kunnen maken uit al die boeken…’

Nochtans heeft Passa Porta in de eerste maanden na de oprichting van de winkel, straks tien jaar geleden, ook moeilijke maanden gekend waarin de omzet zo klein was dat zelfs een paard de boekhouding had kunnen doen.                       ‘Ik herinner me als de dag van gisteren hoe ik op mijn verjaardag naar huis reed. De winkel was al twee maanden open. Ik had die dag maar drie boeken verkocht… Dan voel je je ellendig. We hadden honderdvijftigduizend euro geïnvesteerd. Die onzekerheid is vreselijk. Ik zal die nooit vergeten.’

Ludovic hield vol. Passa Porta is nu een vaste waarde. Een meertalige boekenwinkel in een meertalige stad. Wat zette een goed opgeleide 27-jarige jongeman aan om in deze steeds meer digitale wereld zijn toekomst aan het boek te verbinden?                                                                                                                        ‘Ik wist al vanaf mijn 16e dat ik met boeken wilde bezig zijn. Niemand gaat je betalen om boeken te lezen. Ik zocht dus iets anders. De klik kwam toen ik in die tijd met mijn ouders op vakantie was in New York en al die boekenwinkels zag waar je ook iets kon drinken. Dat leek me een ideale combinatie. Het interface-zijn tussen boeken en lezers.’

Dat New-York-gevoel liet Ludovic niet meer los. Hij volgde enkele opleidingen en nam contact op met bestaande boekhandelaars. Via via kwam hij uiteindelijk in gesprek met Paul Buekenhout, toen nog directeur van de vzw Passa Porta (onafhankelijk van de winkel). Die zocht een uitbater voor een boekenwinkel in het pand van de vzw. Ludovic sprong in het onbekende, beseffende dat het boekenvak ver afstaat van romantische beelden die sommigen koesteren ‘alsof we hele dagen niks anders doen dan boeken lezen…’. En nog verder van de karikatuur die Channel Four van de BBC schetst in de hilarische reeks Black Books over de Londense boekenwinkel van Bernard Black die zijn klanten afsnauwt en buitengooit wanneer ze hem storen tijdens het lezen. Maar wanneer Ludovic vertelt over hoeveel hij ervan geniet wanneer hij mensen over hun ‘Russenangst’ of de schrik voor negentiende-eeuwse literatuur kan heen helpen, begint hij sneller te praten.

‘Ik geef ze dan vaak “De Speler” van Dostojevski mee’, zegt Ludovic. ‘Een bezwerend boek over iemand die al zijn geld inzet om maar te kunnen winnen. Het trekt de lezer als het ware mee in zijn bezetenheid. Het werk is ook niet al te dik. Dikwijls komen die mensen dan terug en vragen naar andere boeken van die auteur. Het is voor zo’n momenten dat je het als boekhandelaar doet. Het delen van passie.’

Daarna vertelt Ludovic over zijn tip, ‘Duel met Paard’ van Pauline Geene dat enkele maanden geleden bij uitgeverij Querido verscheen. Een boek dat hem zoveel leesplezier bezorgde en waarvoor hij op de Facebookpagina van de winkel publiciteit maakte.                                                                                                           ‘Het spijt me dat het niet zo veel aandacht kreeg. Het is een pareltje dat zich afspeelt op een binnenplaats in het Berlijn van omstreeks 1910. Een van de vertellers is de eigenaar van het paard dat volgens hem kan rekenen. Niet zomaar één plus één maar complexe sommen en naar het einde van het boek toe zelfs vierkantswortels! Het al dan niet rekenende paard trekt allerlei schitterende nevenpersonages aan zoals een Italiaanse kunstschilder die het dier wil portretteren. Tot mijn genoegen is het boek onlangs in het Nederlandse programma “De wereld draait door” boek van de maand geworden.’

En hoe zit het nu precies met dat paard genaamd Hans Kluger, vragen we Ludovic – een paard dat werkelijk heeft bestaan. Kan dat nu rekenen of niet? Hij gniffelt. ‘Het is maar hoe je het bekijkt….’ En dan: ‘Misschien doet het er ook niet zoveel toe of het paard kan rekenen.’

Even later toont hij me trots enkele exemplaren van de nu bijna onvindbare reeks ‘Russische Miniaturen’ van Van Oorschot die in de jaren zeventig verscheen. Een van de prachtigste collecties uit dit taalgebied, grotendeels samengesteld uit auteurs die hun schrijven met hun leven moesten bekopen tijdens de zuiveringen van Stalin.

Ludovic streelt de pagina’s.                                                                                           ‘Kies maar uit…’                                                                                                               Elke poging tot betaling van mijn kant wimpelt hij af. Daarna krijgt hij de kassa van de winkel in het oog waar zijn vrouwelijke collega al enkele uren doorbrengt zonder middagpauze omdat een medewerker van de winkel die dag is ziek gevallen.                                                                                                                             ‘Oei, de tijd helemaal uit het oog verloren… Ik moet bijspringen.’                           Hij rept zich naar de kassa waar een in een strak zwart jurkje geklede vrouw hem ietwat verwijtend aankijkt.

Met de Russische Miniaturen tegen de borst geklemd, keer ik via de lange inkomgang, waarin ooit koetsiers hun wagens stalden, terug naar de luidruchtige Dansaertstraat. Het verkeer lijkt veel agressiever dan toen ik een paar uur voordien de poort van Passa Porta binnenstapte. Ik druk de Russische Miniaturen tegen me aan en ga op zoek naar een rustige plek om doorheen de boekjes te bladeren. Terwijl ik het verkeer ontvlucht, denk ik aan boekenwinkels en aan paarden die misschien niet echt kunnen rekenen maar die wel mensen aan het dromen zetten.

Advertenties